![]() |
|
zaterdag, juni 2 2007
Blokken..... Maar moeder was er een van de vasthoudende soort. Geen flauwekul, fiétsen met die handel! Op 'n gegeven moment hoorden we: "Goédzo! Knap, hoor!" en het huilen hield op. Ik zát veel te lekker anders was ik wel even gaan kijken, maar ik ben benieuwd of het morgen nog steeds goed gaat en of ze weer moet oefenen! Want wat moeders in hun hoofd hebben..... Ik kan me mijn fietsen leren eigenlijk helemaal niet meer herinneren. Wél mijn eerste fiets! Een Franse fiets was het en het mooiste daaraan vond ik de in kleurtjes gehaakte jasbeschermer. Ik zal een jaar of acht geweest zijn. En omdat ik nog niet goed bij de trappers kon zette een buurman er houten blokken op, die ik verschrikkelijk vond. Ze schoten ook steeds dóór. Maar ja, om te leren fietsen had ik ze wel nodig. We woonden toen aan een plein in Amsterdam met een groot plantsoen in het midden en zo vlak na de oorlog waren er praktisch geen auto's op straat dus was het plein ideaal om rondjes te rijden en zo de fietskunst machtig te worden. Ik moet het mezelf hebben geleerd, want mijn beide ouders waren zeer slecht ter been. Mijn moeder vanwege een heupprobleem en mijn vader vanwege polio. Achter mij aan hollen, zoals die moeder van vanmiddag, was voor hen geen optie. Aangemoedigd zal ik ongetwijfeld zijn, dat weet ik wel zeker. En wat je je als kind sowieso autodidactisch eigen maakt, daar zijn geen statistieken van. Mijn Franse fiets was van slechte kwaliteit en heeft ook qua maat mijn middelbare schooltijd niet gehaald. Omdat ik een eind moest fietsen kreeg ik een andere. Gelukkig zonder blokken. Dat mocht ik vanaf toen op school doen......
Je komt nu toch iets te vaak naar mijn smaak met tu-quoque amtnreugen. Dat is op zich al verwerpelijk want het is een schijnargument. Als er ééntje door rood rijdt, dan mogen we volgens dat argument allemaal door rood rijden. Nee dus. Eerst kom je met Einstein en nu weer Wiles. Maar Wiles’ geschiedenis kun je niet vergelijken met Roos Vonk. En niet alleen omdat een gigantische wetenschappelijke prestatie wordt vergeleken met een 13-in-een-dozijn-resultaatje, maar ook omdat jouw verhaal niet klopt. (1) Andrew Wiles wilde er de pers niet bij hebben op het congres in Cambridge. Hij had drie time-slots van twee uur om te vertellen waar hij mee bezig was. Nergens beweerde hij dat hij de laatste stelling van Fermat ging bewijzen. Het ging over nieuwe inzichten in het vermoeden van Taniyama en Shimura uit de jaren vijftig, dat zegt dat twee abstracte mathematische objecten (elliptische krommen en modulaire vormen) eigenlijk dezelfde zijn. Bijna het zelfde zou al een sensatie zijn, maar zeker 100% hetzelfde, want dat bewees tevens de laatste stelling van Fermat.Bij de laatste lezing zag het “zwart” van de wiskundigen omdat men voelde dat er iets bijzonders zou gaan gebeuren. Pas daarna kreeg de pers er lucht van. (2) Het cruciale laatste stuk van het bewijs was al eerder getest in een seminar van een aantal maanden, maar niemand zag toen de fout. Ook Nick Katz niet die er al die tijd bij was.(3) Het bewijs was 200 pagina’s. Het werd in de review, zomer 1993. in zessen verdeeld over zes reviewers. Nick Katz kreeg opnieuw hetzelfde cruciale stuk te beoordelen en vond nu wel de niet te repararen fout (samen met een Franse onderzoeker). (4) Dat stuk is uiteindelijk vervangen door een redenering die wel klopte, en ook beknopter was. Het uiteindelijke bewijs was altijd nog 150 pagina’s. (5) Het ging dus niet om één bewijs van één stelling, maar om een heel stuk nieuwe wiskunde, dat ook zonder die laatste stap naar het bewijs van de stelling van Fermat enorm belangrijk is. [Fermat's Last Theorem, Simon Singh, 1997]. Last one to utilize this is a rttoen egg!
Commentaar achterlaten
|